Cannabisvoeding: Wat zijn Macronutriënten
- 1. Voedingsstoffen in cannabis
- 2. Wat zijn macronutriënten?
- 3. Primaire macronutriënten
- 3. a. Stikstof (n)
- 3. b. Fosfor (p)
- 3. c. Kalium (k)
- 4. Secundaire macronutriënten
- 4. a. Calcium (ca)
- 4. b. Magnesium (mg)
- 4. c. Zwavel (s)
- 5. Aanbevolen hoeveelheden macronutriënten
- 6. Overvoeding en ondervoeding
- 7. Ph-waarden voor juiste opname van voedingsstoffen in cannabisplanten
- 8. Mobiliteit van voedingsstoffen
- 9. Conclusie
Zoals alle andere planten heeft cannabis voedingsstoffen nodig om te overleven. Deze mineralen zijn in verschillende hoeveelheden nodig; de stoffen die in grotere hoeveelheden nodig zijn, worden macronutriënten genoemd. De stoffen die nodig zijn in kleinere hoeveelheden, noemen we micronutriënten. Ongeacht de hoeveelheid zijn beide essentieel voor de groei van je plant. Traditioneel dacht men dat planten hun wortels gewoon in de grond staken en deze voedingsstoffen opnamen door een simpel fysisch proces van diffusie. Maar hoe komen deze voedingsstoffen precies in de wortelzone terecht? Grote vooruitgangen op het gebied van bodemwetenschap, met name in de biologische hoek, hebben veel complexere, levende processen blootgelegd die de opname en verwerking van voedingsstoffen door planten ondersteunen. Het blijkt dat, net zoals wij planten kweken, planten op hun beurt micro-organismen in de bodem letterlijk ‘kweken’ die hen helpen essentiële voedingsstoffen te bemachtigen om te overleven, te floreren en zich voort te planten.
Zoals je waarschijnlijk weet, ontwikkelen cannabiszaden zich tot planten die fotosynthese uitvoeren om suikers aan te maken en hiervoor energie nodig hebben. Tijdens dit proces gebruiken planten zonlicht om koolstofgas om te zetten in uit bodem afkomstige koolhydraat-suikers. Planten gebruiken uiteraard een groot deel van deze energie voor hun eigen cellulaire processen. Echter, ze pompen verrassend genoeg een groot percentage van deze suikers (tot wel 40%) en andere moleculen terug de bodem in om bepaalde microben, zoals schimmels en bacteriën, te lokken. In ruil voor deze energierijke suikers helpen deze microben de cannabisplant bij het opnemen van noodzakelijke voedingsstoffen; sommige schimmelsoorten vervoeren direct fosfor naar de wortels en sommige bacteriën zetten stikstof uit de lucht om in een voor de plant bruikbare vorm (dit gebeurt zelfs soms in de trichomen zelf).
Recente onderzoeksgegevens tonen ook aan dat plantenwortels, via de zogeheten rhizofagiecyclus, in staat zijn hele bacteriecellen te ‘eten’, deze af te breken en daarmee de stikstof op te nemen. Er gebeurt dus veel meer in de bodem dan alleen het toedienen van synthetische voedingsstoffen direct bij de wortels. Nu je beter begrijpt hoe cannabisplanten voedingsstoffen opnemen, ontdek je in het volgende gedeelte de rol van de drie belangrijkste macronutriënten – stikstof, fosfor en kalium – voor de gezondheid en functies van planten.
1. Voedingsstoffen in Cannabis
Cannabis is een levend organisme, en net als wij hebben ze voeding nodig om te groeien. Deze voeding (oftewel voedingsstoffen) krijgt de plant wanneer je haar water geeft, via het medium waarin ze staat. Dit betekent dat je volledige controle hebt over wat en wanneer de plant opneemt, en daarmee ook over de tekorten die eventueel kunnen ontstaan. De juiste hoeveelheid voedingsstoffen geven voor elke fase van de levenscyclus van je plant is de beste manier om niet alleen tekorten maar ook andere problemen te voorkomen. Wanneer je het goed doet, nemen de wortels de nutriënten op en transporteren ze deze helemaal naar de top waar de nieuwe groei plaatsvindt. Maar om dit goed en efficiënt te laten verlopen, moet je het juiste pH-niveau behouden.
2. Wat zijn macronutriënten?
In de cannabisteelt verwijzen macronutriënten naar de drie voedingsstoffen die de plant in veel grotere hoeveelheden nodig heeft dan alle andere voedingsstoffen (die micronutriënten worden genoemd – maar daar komen we later op terug). Bij het bespreken van macronutriënten zie je constant de letters NPK voorbijkomen. Maar waar staan deze letters voor?
NPK staat voor de elementen die een cannabisplant het meest gebruikt: stikstof (N), dat verantwoordelijk is voor de groei tijdens de vegetatieve fase, fosfor (P), dat helpt bij de fotosynthese om de toppen dikker te maken tijdens de bloei, en kalium (K), dat essentieel is voor de productie van terpenen.
Macronutriënten zijn essentieel voor de gezondheid van je plant. Ze zijn het meest nodig gedurende de hele levenscyclus en worden onderverdeeld in primaire en secundaire macronutriënten. Zonder deze voedingsstoffen zou je plant zich niet volledig kunnen ontwikkelen en zou ze sterven zodra de eerste echte bladeren verschijnen. Daarom is het noodzakelijk om de juiste hoeveelheid te geven én deze aan te passen aan de verschillende groeifases. De NPK-verhouding moet worden afgestemd op elke specifieke strain, maar een algemene richtlijn is 2-1-3 voor vegetatieve groei en 1-2-3 voor de bloei.
3. Primaire macronutriënten
De letters NPK staan voor Stikstof (N), Fosfor (P) en Kalium (K); dit zijn de primaire voedingsstoffen die een cannabisplant nodig heeft om de basisfuncties voor groei uit te voeren. Ze zijn essentieel voor de gezondheid van je plant en moeten altijd worden toegevoegd aan de voedingsoplossing die je aan je planten voert.
Stikstof (N)
Stikstof wordt beschouwd als de belangrijkste macronutriënt van allemaal.

Deze voedingsstof is nodig om licht te kunnen opnemen en zorgt voor de groene kleur, waardoor je plant suikers kan produceren die belangrijk zijn voor de groei.
Fosfor (P)
Fosfor is een ander zeer belangrijk element omdat het een primaire macronutriënt is en essentieel voor de ontwikkeling.

Dit mineraal is van cruciaal belang voor de ademhaling, energieopslag en speelt een rol bij het kopiëren van DNA naar de nieuwe cellen van de plant.
Kalium (K)
Kalium is een cruciaal mineraal bij fotosynthese; dit mineraal helpt de plant te “ademen”.

Door het openen en sluiten van de kleine poriën in de bladeren regelt kalium het zuurstofgehalte dat naar buiten gaat en de opname van CO2, een essentieel proces in de fotosynthese.
4. Secundaire macronutriënten
De secundaire macronutriënten zijn Calcium (Ca), Magnesium (Mg) en Zwavel (S). Ook hiervan verbruikt de cannabisplant vrij veel, maar in tegenstelling tot de primaire macronutriënten worden secundaire nutriënten vooral gebruikt voor de opbouw van de plantstructuur. Deze stoffen kun je soms terugvinden in kraanwater, omdat het onderweg mineralen opneemt uit metalen leidingen. Houd er rekening mee dat ze niet overal aanwezig zijn, omdat elke land of regio het leidingwater anders behandelt. Soms moet je ze dus zelf toevoegen.
Bedenk ook dat je door water te filteren alle mineralen eruit haalt, dus je moet ze dan zelf toevoegen aan je voedingsoplossing.
Calcium (Ca)
Calcium is erg belangrijk voor de structuur van de cannabisplant. Dit mineraal is cruciaal voor het ontwikkelen van de celwanden en membranen. Calcium zorgt er ook voor dat cellen met elkaar kunnen communiceren, zodat de plant op haar omgeving kan reageren.

Magnesium (Mg)
Magnesium is de belangrijkste secundaire macronutriënt. Dit mineraal is verantwoordelijk voor het aandrijven van het chlorofylmolecuul; zonder magnesium kan de plant geen lichtenergie opnemen.
Zwavel (S)
Zwavel is verantwoordelijk voor de vorming van eiwitten en moleculen, en speelt een essentiële rol in de structuur van hormonen, enzymen en celmembranen.
5. Aanbevolen hoeveelheden macronutriënten
Hoewel de juiste hoeveelheid macronutriënten per strain kan verschillen, is hier een algemene richtlijn voor beginnende kwekers. Houd rekening met de getoonde hoeveelheden, pas ze aan volgens de signalen die je plant geeft en de fase waarin zij zich bevindt.

Let op dat deze cijfers de ppm-waarde vertegenwoordigen voor de gehele levenscyclus van cannabis en aangepast moeten worden aan de hand van de signalen die je plant geeft.
6. Overvoeding en ondervoeding
Zoals hierboven vermeld, is de tabel een algemene richtlijn en kan deze van strain tot strain verschillen. De enige manier om deeltjes per miljoen (ppm) te meten is met een TDS-meter (Total Dissolved Solids). Een andere optie is een EC (elektrische geleidbaarheid) meter. Door de elektrische geleidbaarheid te meten, kun je indirect ook de TDS meten, oftewel de totale hoeveelheid meststofzouten in een oplossing.

Dit betekent dat als je geen TDS-meter hebt, je niet kunt meten hoeveel voedingsstoffen je oplossing bevat, wat kan leiden tot overvoeding of ondervoeding, beide met verschillende symptomen van nutriëntentekorten.
Hierom is het, als je geen apparaat hebt om te meten, het beste om licht te beginnen met voeren, te kijken hoe je plant daarop reageert (of ze nog hongerig is of niet) en dan aan te passen op basis van de signalen die ze geeft. Maar waarom het risico nemen van onder- of overvoeding? Als je nieuw bent met cannabisteelt, kunnen de opstartkosten voor alle benodigdheden behoorlijk oplopen. Denk aan tenten, lampen, ventilatoren, filters, medium, pompen, timers, enzovoort – het lijkt soms een eindeloze lijst, toch? Maar als je de beste kans wilt op het kweken van je droomtoppen, zijn twee van de goedkoopste, maar essentiële apparaten een pH-meter en een TDS- of EC-meter.
Zonder deze twee meters kweek je in feite ‘in het duister’! Zonder de juiste voeding en het juiste pH-niveau (waarover we in het volgende gedeelte meer vertellen) maak je het jezelf en je planten veel lastiger. Neem die onzekerheid weg en schaf gewoon die meters aan, want je gaat ze zeker nodig hebben.
7. pH-waarden voor juiste opname van voedingsstoffen in cannabisplanten
Als beginnende kweker is het gemakkelijk om het belang van pH bij cannabisteelt over het hoofd te zien, of verkeerd te begrijpen. Maar let hier goed op, want je loopt het risico je meest waardevolle planten te schaden! pH (potentiaal waterstof) is de maat voor hoe zuur of basisch een stof is. Het is ook rechtstreeks bepalend voor welke voedingsstoffen kunnen worden opgenomen via het wortel systeem, en hoe ze worden opgenomen. In het algemeen hebben wietplanten voorkeur voor een licht zure groeiumgeving, maar het exacte bereik verschilt per teeltmethode. Bodemloze kweekwijzen (hydroponics, aeroponics, coco-coir, etc.) geven de voorkeur aan een pH tussen 5,8 en 6,8. Bij kweek in grond hebben je planten het liefst een pH tussen 5,5 en 6,5.
Hoewel het belangrijk is om de pH goed te hebben, is het ook verstandig om deze binnen het opgegeven bereik enigszins te laten fluctueren. Dit helpt de plant bij het opnemen van het volledige spectrum aan macro- en micronutriënten voor het beste resultaat. Houd er rekening mee dat de pH van je voeding de hoeveelheid voedingsstoffen niet verandert, maar alleen het opnamevermogen van de plant beïnvloedt. Producenten van voedingsstoffen stabiliseren uiteraard de pH van hun producten, maar het probleem zit vaak in het water zelf. De pH-waarde van kraanwater kan sterk verschillen van land tot land, provincie tot provincie, stad tot stad en soms zelfs van wijk tot wijk. Gelukkig zijn er bij iedere hydro- en tuinwinkel producten verkrijgbaar om je pH omhoog of omlaag te brengen.
Het is ontzettend belangrijk om altijd de pH (en TDS of EC) van je voedingswater te controleren, vóórdat je je planten water geeft. Een goede gewoonte is om de pH van je water te meten voordat je de voeding toevoegt, en nogmaals als het eindmengsel klaar is. Als de pH niet klopt, zal de plant moeite hebben om alle belangrijke voedingsstoffen op te nemen, wat later problemen kan veroorzaken.
8. Mobiliteit van voedingsstoffen
Het begrijpen van de mobiliteit en immobiliteit van nutriënten is van groot belang bij het vaststellen van eventuele tekorten tijdens het kweken. Deze essentiële voedingsstoffen verschillen in mobiliteit zodra de plant ze heeft opgenomen. Na opname worden voedingsstoffen getransporteerd naar waar ze het meest nodig zijn (nieuwe groei). Wanneer ze op deze plek zijn aangekomen, kunnen ze makkelijk of juist niet makkelijk worden herverdeeld. Dit kenmerk noemen we de mobiliteit van een voedingsstof.
Aangezien minder mobiele voedingsstoffen meer 'vast' zitten in nieuwe groei, komen tekorten van deze stoffen tot uiting in jong blad. Terwijl bij meer mobiele nutriënten, die veel gemakkelijker door de plant getransporteerd worden, tekorten zich eerder in ouder blad tonen. Mobiele voedingsstoffen zijn onder andere:
- Stikstof
- Chloride
Magnesium - Kalium
- Molybdeen
- Fosfor
Immobiele voedingsstoffen zijn onder andere:
- Boor
- Koper
- Mangaan
- Nikkel
- Zink
- IJzer
- Calcium
9. Conclusie
Macronutriënten zijn de meest voorkomende en nodige mineralen voor de levenscyclus van een cannabisplant. Deze mineralen zijn als eten voor mensen: ze zijn nodig om energie te produceren en goed te ontwikkelen. En net als mensen eten sommige planten meer dan andere, wat leidt tot grotere planten en snellere groei. Als je nieuw bent in het kweken, kun je het beste beginnen met een sterke strain die veel voeding aankan. Hiervoor raden wij onze nieuwe Gorilla Cookie Auto aan.
Deze strain kan vanaf week 3 veel voeding aan, waardoor het moeilijker is voor beginnende kwekers om haar te overvoeden. Begin altijd met een kleine dosis voedingsstoffen, observeer hoe je plant reageert en pas het schema vervolgens aan.
Comments